Het stadsrandbos

Het ontstaan van het stadsrandbos

Het ontstaan van het stadsrandbos Oostende

De kijk op natuur en landschap aan de rand van de stad is de voorbije jaren sterk veranderd. Vlaanderen geraakt stilaan volgebouwd, de grenzen tussen de stad en het ommeland vervagen. De vraag van de stadsbewoners naar rust en groene ruimte neemt toe. In Oostende wordt daarom hard gewerkt om de groene open ruimte rond de stad optimaal te benutten en te versterken.

Vanaf de jaren ’70 was de traditionele relatie tussen de stadsbewoner en het stadsgroen sterk afgenomen. De welvaart steeg, de mobiliteit nam toe. Stedelingen trokken naar verder gelegen natuurgebieden, als het moest de grens over naar Frankrijk of Nederland.
De laatste jaren is er sprake van een omgekeerde beweging. Wandelaars, fietsers, joggers trekken weer massaal vanuit hun stadswoning de groene buitengebieden in. Ze kiezen voor rust, ruimte en ontspanning op een boogscheut van de stedelijke voorzieningen. De historische band van de stedeling met de groene buitengebieden is zich aan het herstellen.

Functies van het bos

Tot in de jaren ’70 waren de meeste bossen in Vlaanderen afgesloten voor het publiek en waren zij vooral bedoeld voor jacht en houtopbrengst. Nu erkent iedereen dat het bos meerdere functies heeft, dat ook zachte recreatie en natuurontwikkeling belangrijk zijn. Mensen moeten er kunnen wandelen en genieten van de schone lucht, de rust en de natuurwaarden. Planten en dieren moeten alle kansen krijgen om er zich te ontwikkelen. Bossen vervullen een cruciale rol voor mens, natuur en milieu.

Het bos kan die functies alleen maar op een duurzame manier invullen als er voldoende bos is, als er nieuw bos wordt aangeplant. Anders wordt de druk op de bestaande bossen te groot en verliezen de bossen hun belevings- en natuurwaarden. Bosuitbreiding is dus gewenst, maar de beschikbare ruimte in Vlaanderen is beperkt.
Onderzoek toont aan dat om alleen de sociaalrecreatieve functie van het bos te vervullen, één hectare bos per honderd inwoners nodig is. Deze norm haalt Vlaanderen niet en daarom heeft de Vlaamse Overheid voorrang gegeven aan de aanplant van stadsrandbossen. Er werd een prioriteitenlijst gemaakt van steden die nood hebben aan een stadsrandbos. In West-Vlaanderen staan Oostende, Kortrijk en Roeslare bovenaan de lijst.

Oostende maakt er werk van

In Oostende heeft het stadsbestuur er snel werk van gemaakt en een te bebossen zone van 150ha afgebakend. In het voorjaar van 1996 werd het eerste perceel aangeplant. Het stadsrandbos vormt een groene buffer tussen woon- en industriezone en het achterliggende poldergebied. Ook de komende jaren wordt er verder aangeplant.

Het stadsrandbos Oostende zal een multifunctioneel bos worden: inwoners en toeristen zullen er kunnen wandelen en de natuurwaarden eigen aan een bos zullen volop ontwikkelingskansen krijgen.
Oostende ontwikkelt zich als een groene en complete stad. Er is van oudsher de zee en het strand, er is het stedelijk groen, het groen in de wijken en nu groeit een bos aan de rand van de stad.

Genkse bomen voor Oostende

In 2002 heeft het stadsbestuur van Genk bos aangeplant in Oostende. Raar maar waar.

Genk leverde 29.000 boompjes en 5.000 struiken om 10ha bos aan te planten. Waarom die Genkse vrijgevigheid voor Oostende?
De bossen in Vlaanderen zijn beschermd door het Vlaamse Bosdecreet. Daarin staat dat bos alleen maar in uitzonderlijke omstandigheden mag gekapt worden. Op voorwaarde dat bijvoorbeeld op een andere plaats nieuw bos wordt aangeplant. Voor de aanleg van een recreatiedomein nabij Genk moest een deel van een bos gekapt worden. Genk kreeg daarvoor de toestemming nadat het eerst met de stad Oostende een contract had afgesloten om in Oostende 10ha nieuw bos aan te planten. Zo’n 25% van het grondgebied van Genk is bebost, in eigen gemeente was er geen ruimte meer voor nieuw bos. Daarom koos Genk voor Oostende.

In goede handen!

Buitengoed cvba sloot in 2005 met de stad Oostende een overeenkomst af om de aangeplante percelen te beheren en jaarlijks nieuwe stukken bos aan te planten.